Lotte Kopecky startte haar voorjaar met twee grote doelen: presteren in de Ronde van Vlaanderen en op het WK baanwielrennen in Hongkong. En scoren deed ze: met een vijfde plaats in de Ronde van Vlaanderen beseft ze dat ze in de toekomst mag dromen van meer, maar de kers op de taart volgde twee weken later toen ze zich samen met Jolien D'hoore in de ploegkoers tot wereldkampioene kroonde.

We spreken met Lotte af om een uurtje of twee los te rijden met als uitvalsbasis haar woonplaats Niel. Haar nieuwbouwwoning ligt op een boogscheut van het parcours van de Jaarmarktcross en veldrijden is ook de discipline waarin ze haar eerste stappen in het wielrennen zette.

Lotte: "Ik reed al enkele jaren hier en daar een jeugdinitiatie van een veldrit. De eerste keer in Niel, maar bijvoorbeeld ook op de Koppenberg, waar ik voor de lens van de VRT ooit een interview heb gegeven toen ik nog een aspirante was. Mijn eerste echte competitiekoers was de cross van Niel zelf. Mijn broer reed er ook en zo ben ik beginnen crossen. Ik was technisch redelijk goed en deed het ook heel graag, maar later ben ik dan naar de topsportschool in Gent getrokken, waar de focus toch vooral op de olympische disciplines lag. Zo ben ik overgeschakeld naar de piste en de weg."

HOPEN OP OLYMPISCHE PLOEGKOERS

En met succes. Vorig maand mocht je samen met Jolien de regenboogtrui omgorden.

"Het jaar ervoor waren we al Europees kampioen geworden en dus startten we als grote favorieten voor de zege, maar zo'n koers is altijd een heel tactisch en nerveus gedoe waarbij je vooraf moeilijk kunt voorspellen wat er gaat gebeuren. Ik ben heel complementair met Jolien, waardoor we het ideale koppel vormen. Ik ben degene die voor de uithouding moet zorgen, terwijl Jolien zowat de Marcel Kittel of André Greipel van het vrouwenwielrennen is. Zij heeft die absolute topsnelheid en is in een goeie dag heel moeilijk te kloppen in een rechtstreeks spurtduel."

Een koppelkoers is meer dan snelheid alleen. Het is ook rekenen en pokeren.

"Je moet doseren en uitkijken wanneer je meeschuift of beter eens een spurt laat passeren. Ik vind het een van de zwaarste disciplines van de piste. Constant positie zoeken, je niet laten insluiten, uitrekenen waar je je wissel gaat uitvoeren - op het ideale moment voor een spurt - en vooral ook rekenen en je concurrentes in de gaten houden. België heeft een goeie traditie in de puntenkoers en ploegkoers, maar wij als vrouwen hebben geen zesdaagsen zoals de mannen. Bij de dames staat het nog in z'n kinderschoenen."

Lees het volledige interview in het juninummer van cycling.be magazine, nu in de winkel! Of lees het HIER online via Blendle.