Gezondheidstips (door Paul Van Den Bosch)
Voedingssupplementen
Wat betreft de voedingssupplementen en preparaten is er een heel ruim aanbod en is het moeilijk om door het bos nog de bomen te zien.

Veel wielertoeristen nemen vitamine- en mineralensupplementen, dikwijls zelfs in vrij grote hoeveelheden. Deze supplementen zijn tot op zekere hoogte nodig voor zover te weinig fruit en groenten worden gegeten. Iemand die iedere dag 3 tot 5 stukken fruit, en daarnaast verse groenten eet, heeft deze (dure) preparaten echter niet nodig.

Toch wil ik even stilstaan bij een aantal supplementen:

  • Antioxidanten:
    In het lichaam worden als gevolg van de stofwisseling en de energie-productie vrije radicalen geporduceerd. Deze vrije radicalen zijn o.a. verantwoordelijk voor het ontstan van hartkwalen, sommige vormen van kankers, veroudering en ook spierpijn na inspanning. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat training het gehalte aan vrije radicalen doet toenemen. Antioxidanten zijn stoffen die de nefaste werking van de vrije radicalen neutraliseren. Zo zou de schade aan spiercellen minder groot zijn bij sporters die suppleties van antioxidanten nemen dan bij hen die deze suppleties niet nemen.

  • Vitamine C:
    Deze vitamine vraagt toch enige bijzondere aandacht. Enerzijds behoort het tot de antioxydanten, anderzijds is bewezen dat vitamine C de weerstand van het lichaam tegen infecties verhoogt. Iemand die hard traint heeft een mindere weerstand tegen infecties, omdat door de zware lichaamsinspanning de weerstand tegen deze infecties is gedaald. Vitamine C verhoogt deze werstand, voor zover de dosis voldoende hoog is. Eén tot twee gram/dag tijdens perioden van zware training en wedstrijden lijkt aan-gewezen.

  • Ijzer:
    Ijzersuppletie is maar zinvol bij ijzertekort, d.w.z. bij een te laag ferritinegehalte. Sommigen nemen systematisch ijzerpreparaten, ook zonder een vastgesteld tekort. Dit is in de eerste plaats zinloos, en in de tweede plaats is het niet zonder gevaar voor de ge-zondheid omdat het teveel aan ijzer wordt opgestapeld in het ruggemerg en in organen zoals de lever.
    Bloedcontrole
    Er zijn heel wat wielertoeristen die, vooral tijdens de voorbereiding op zware ritten zoals de Reuzen van de Ardennen, veel van hun lichaam vergen door naast hun normale dagtaak hard en veel te trainen.

    Daarom is het geen overbodige luxe om af en toe eens bij de dokter langs te gaan voor een bloedname(*). Via een bloedcontrole kan immers vastgesteld worden of er bepaalde tekorten zijn en of er eventueel niet wat rust moet worden ingebouwd in het trainingsschema.

    Enkele belangrijke bloedparameters die rechtstreeks of onrechtstreeks de prestaties beïnvloeden zijn:

  • De rode bloedcellen (RBC):
    De rode bloedcellen dienen voor het transport van het zuurstof in het lichaam. Een hoog aantal RBC is dus gunstig voor een renner. De ervaring leert dat na een zware trainings- of wedstrijdsperiode het aantal RBC dikwijls daalt. Na een rustperiode wordt dan weer een stijging vastgesteld. Een daling in aantal RBC kan een indicatie zijn om de trainingshoe-veelheid terug te schroeven.

  • Het hemoglobine:
    Hemoglobine is een eiwit dat zich verbindt met zuurstof. Een hoog hemoglobinegehalte is dus interessant voor een wielrenner omdat hierdoor zijn zuurstoftransport verhoogt. Ook deze waarde lijkt onderhevig aan een (te) grote trainingsarbeid.

  • De hematocriet:
    Dit is de verhouding van het aantal RBC ten opzichte van het totale bloevolume. Een hoge hematocrietwaarde duidt op een hoge zuurstoftransportcapaciteit en is daarom zeer interessant voor een duursporter.

  • Creatinekinase (CK):
    CK is een enzyme dat wijst op de spierafbraak. Te intensieve trainingen of onvoldoende recuperatie tussen de trainingen en/of wedstrijden leiden tot een hoge CK-waarde. Een hoge CK-waarde is een absolute aanduiding om de trainingsintensiteit te verminderen.

  • Testosterone:
    Testosterone is een anabool (opbouwend) hormoon. Een daling in de testosteronespiegel kan erop duiden dat het lichaam de training niet meer verwerkt. Reduceren van de trainings-belasting, zowel kwantitatief als kwalitiatief is dan sterk aan te raden.

  • Cortisol:
    Cortisol is een katabool (afbrekend) hormoon. Een stijging van de cortisolspiegel duidt erop dat de training niet meer goed wordt verwerkt. Belangrijk is ook de verhouding van de testosterone op de cortisol. Daling van de testosteronespiegel en gelijktijdige stijging van de cortisolspiegel zijn een aanduiding dat de renner onvoldoende recupereert.

  • Vitamine B12 en foliumzuur:
    Vitamine B12 en foliumzuur zijn nodig voor de opbouw van eiwitten en de vorming van RBC.

  • Ferritine:
    Ferritine is een eiwit-ijzercomplex dat een aanduiding geeft van de ijzerreserve in het lichaam. Ijzer is nodig voor de aanmaak van RBC en hemoglobine. Een tekort aan ijzer doet het hemoglobinegehalte en het aantal RBC dalen.

  • Magnesium:
    Magnesium speelt een belangrijke rol bij het energiemetabolisme en beïnvloedt de zenuw-spier prikkelbaarheid. Magnesiumtekort manifesteert zich klinisch door een verstoorde zenuw-spier functie (o.a. krampen) en spierzwakte.

    (*) de kosten voor een preventieve bloedcontrole worden in principe niet terug betaald door het ziekenfonds.
    Fietspromo
    Abonneer u
    Drank en voeding
    Bank van De Post Cycling Tour