Jens Debusschere was al altijd een groot talent. Van bij de jeugd was hij een zegekaper, met diverse Belgische titels op zijn palmares. Het was dus niet meer dan logisch dat hij op 21-jarige leeftijd de overstap naar de profs maakte.

Wat voor soort spurter ben je eigenlijk?
"Het omgekeerde type van bijvoorbeeld mijn ploegmaat Kenny Dehaes. Ik kan van ver aanzetten en dan lang een hoog tempo aanhouden zonder echt stil te vallen. Kenny is meer iemand van de kattensprong in de laatste hectometers."

Hoeveel watt trap jij zoal bij elkaar in een spurt?
"In Wielsbeke ben ik aangezet aan amper 1320 watt. Mijn coach Paul Van Den Bosch was echt verrast dat ik met die wattages de massaspurt had gewonnen, maar je moet weten dat we al 68 km/u reden op het ogenblik dat ik mijn finale jump inzette, dus zoveel meer explosie zit er dan niet meer in. Mijn topsnelheid in die spurt lag op 72 km/u. Mijn hoogste wattages haal ik vaak op training: als ik dan vol aanzet van een startsnelheid van bijvoorbeeld 30 km/u, dan kan ik ook tot maximaal 1620 watt halen. Maar dat is nog niks vergeleken met een Greipel of een Kristoff. Ik weet dat André af en toe 2000 watt haalt bij het aanzetten en ook Kristoff zou die waardes rijden. André haalt bijvoorbeeld nog altijd 1700 watt bij het aanzetten op een snelheid boven de 60 km/u."

Wat is dan nog het verschil met een Marcel Kittel?
"Heb je de spurt vanop de motor opzij op de Champs-Elysées gezien? Kristoff en Kittel draaien daar zij aan zij op en Alexander leek het te gaan halen, maar dan zie je in volle spurt Kittel nog accelereren. Ongelooflijk sterk en knap gedaan. Kittel is een fenomeen wat dat betreft."

Bij Lotto-Belisol zit je met een pak spurters in de ploeg: naast jou en Greipel zijn er ook nog Dehaes, Boeckmans en Roelandts. Is dat een voordeel of een nadeel?
"André blijft uiteraard ons speerpunt in de spurt en als hij erbij is, rijdt iedereen in zijn dienst. Jürgen heeft zich de voorbije jaren eerder omgeschoold tot een klassiek renner, maar mijn doel is om deze winter terug meer aan mijn spurt te gaan werken. Daarbij wil ik vooral mijn explosiviteit en spiermassa aankweken door specifieke krachtoefeningen. Ik denk dat ik daarin nog wel wat progressie kan maken."

Lees het volledige interview in het oktobernummer van cycling.be magazine, nu in de winkel!
Bookmark and Share